Pagina's

Thursday, May 26, 2011

Dag 39: Witte sake en rauwe kip

Met de trein en nog een trein gingen we naar Hiroshima om de ferry te nemen naar het vriendelijke kleine stadje Matsuyama. Het was een lange reis. Gelukkig vertellen ze op Japanse treinstations altijd precies waar je moet staan als de trein eraan komt:





Trammetje in Matsuyama. Bus- en trambestuurders in Japan zijn de aardigste ter wereld (denk ik): altijd wachten ze geduldig tot jij als onhandige toerist je kleingeld bij elkaar hebt gesprokkeld, en als je iets verkeerd doet (bijvoorbeeld, teveel geld in een bakje gooit waar geen wisselgeld uitkomt) dan vragen ze een andere passagier om geld voor je te wisselen.




Ik was vastbesloten om in Matsuyama beter, en vooral Japanser, te eten dan in Yamaguchi. Maar eerst moest er gedronken worden. In deze sake winkel/bar, waar je een soort strippenkaart kon kopen en vervolgens voor een paar euro per glas alles kon proeven wat ze maar in voorraad hebben - een beetje zoals hier, met het verschil dat het in Matsuyama een stuk drukker was met kantoormeneren. De winkeljongen sprak geen Engels en de kaart was alleen Japans, dus dat werd wijzen. Ik zag iemand anders witte, melkachtige sake drinken, nigori, ongefilterde sake, en die moest ik natuurlijk in ieder geval proberen. Beetje zoetig, beetje zoutig, heel bijzonder.








Vervolgens naar een restaurant waar ze niets dan kip serveren. Geen Engels menu, maar een behulpzame serveerster, tegen wie ik zei: omakase! wat zoveel betekent als: doe maar wat, verras ons. Ik bedoel, hoe raar kan het worden met kip? Tussen de supersappige kip gyoza en en de gebakken kippenvleugels kwam ze vragen of kip sashimi 'ok' was. Ach ja waarom niet?

Eerst kregen we een bordje 'rauwe kip, 3 versies': lever, maagje, filet.




Daarna een salade met bijna rauwe kip.. deze leek kort gemarineerd in iets zuurs, zoals ceviche, de buitenkant was wit maar de binnenkant absoluut rauw.

Het is nu bijna 24 uur later en we leven nog.





Gegrillde tuinbonen. Dat zag ik iemand anders eten, en ik hoefde er alleen maar even op te wijzen.. even later had ik zelf een bordje. Soms is er helemaal geen taalprobleem.

Dag 38: Aso melk en spaghetti

Met een klein beetje pijn in het hart namen we afscheid van Aso. Het is moeilijk niet te houden van zo'n klein sympathiek dorp, waar andere gasten in het restaurant waar je eet hun verse jonge bamboe met je delen, waar vriendelijke pottenbakkers hun gesloten winkel voor je opendoen en een kopje thee voor je zetten, en waar ze iets verkopen dat Aso Milk heet - een zurig zoetige drinkjoghurt van de koeien die grazen op de bergen rond de vulkanen.






Maar, we moeten verder. Eerst in een boemeltrein, dan de Shinkansen. Heb je ooit zoveel beenruimte gezien?


Onderweg op een station kopen we nog een lokale specialiteit, pittige mentaiko. In kleine hapjes, of op toast zoals taramasalata, is het vast lekker.. wij probeerden ze in hun hun geheel te verorberen als middagsnack, en dat was een beetje.. intens.



In Yamaguchi bezochten we wat misschien wel het mooiste Japanse gebouw tot nu toe was: de pagode bij de Rurikoji tempel.

Daarna ging de dag een beetje bergafwaarts toen we in slaperig Yamaguchi een restaurant probeerden te vinden met a) een Engels menu of b) een plaatjes menu of c) een serveerster die een beetje (een heel klein beetje) Engels spreekt. Na een vergeefse lange wandeling kwamen we terecht in een cafe waar het enige herkenbare woord 'pasta' was. We wezen er blind twee aan en aten 2 bordjes spaghetti met een saus waarvan we nog steeds niet precies weten wat er in zat. Maar het was lekker, dat wel.

Tuesday, May 24, 2011

Tussendoor

Ik zit te ontbijten met rijst, konnyaku en spinazie, in de lobby van hotel Amuze (echt) in Yamaguchi, waar ik zowaar een wireless signaal heb opgepikt.

Maar helaas geen tijd om uitgebreid te bloggen, want we moeten de trein naar Hiroshima halen, en daarna de boot naar Matsuyama.

Tipje van de sluier: gisteren zaten we heerlijk lang en rustig in de trein, zagen 1 van de mooiste Japanse gebouwen tot nu toe, en aten een bordje spaghetti na blind op een menukaart iets te hebben aangewezen.

Foto's morgen, of, wanneer de wifigoden ons toelachen.

Monday, May 23, 2011

Dag 37: Niks doen in de regen

Heerlijk geluierd en rondgehangen in ons fijne hostel vandaag. Deels omdat het goot van de regen, deels omdat het gewoon heel fijn was om eens een keer een dagje nergens heen te gaan en niks te hoeven.

Toch nog een kleine toeristische excursie gemaakt naar een heel bijzondere pottenbakker die al zijn aardewerk maakt van vulkanisch gesteente en as uit vulkaan Aso.



Tussen de middag aten we bij een charmant cafeetje waar Pasta met Tomatensaus op het menu stond!! Weliswaar met bamboescheuten en Japanse paddestoeltjes in de saus, maar ook met olijfolie en perfect al dente gekookte spaghetti. Ik moet zeggen dat dat enorm lekker smaakte na ruim 2 weken rijst en miso en soja.



En 'savonds bracht de vriendelijke hosteleigenaar ons met de auto naar 1 van de weinige restaurants die op maandag open was. Dat bleek een sushi-lopende band te zijn.

Ik koos de raarste dingen die ik zag, bijvoorbeeld zalm met mayonaise, en een rolletje met een stukje gefrituurd varkensvlees erin.

Best lekker allemaal, en de rekening (met gratis, zelfgetapte thee en een biertje dat meer kostte dan de sushi die we aten) was een euro of 16. Voor 2.

Alles bij elkaar, eigenlijk dus een hele goeie vakantiedag.

Welterusten, morgen reizen we weer verder, en dan schijnt het droog te zijn....



Sunday, May 22, 2011

Dag 36: Vakantie van de vakantie

Weet je wat we nodig hebben? Vakantie van de vakantie.



Daarom nemen we een boemeltreintje van Fukuoka naar een vulkaan.



Niet zomaar een vulkaan, een werkende vulkaan, Aso. HIj staat midden in een enorme krater, groot genoeg om een cluster aan dorpjes, een stel bergen, een treinspoor en een hoop rijstvelden te herbergen.



Op goeie dagen kun je met een kabelbaantje naar de krater. Maar omdat hij nu te enthousiast is (ja, dat zijn echte vulkaanwolken op de foto) is de krater afgesloten. Er valt evengoed nog genoeg te wandelen.



En 'savonds is er gelukkig heerlijk eten. Het vetste rundvlees ooit, zelf gegrilld.





Het schijnt morgen te regenen, maar we zitten in een fijn hostel, met wifi, een lounge waarin het fijn loungen is, en een onsen op loopafstand, en een benzinestation waar ze zowel cornflakes als koud bier verkopen, om de hoek. Fijn, even vakantie van de vakantie.

Dag 35: Vis aan zee




Een benauwde warme dag in Fukuoka, weet je wat, we maken een boottochtje naar een eiland waar, volgens de Lonely Planet, een hele rits visrestaurants langs de haven op ons ligt te wachten voor een mooie lunch.

We komen aan op Shikanoshima, waar niets, maar dan ook niets, te beleven valt, (ok, we kunnen nog een tempel bekijken), waar de geldautomaat achter slot en grendel zit, en waar alleen een paar vrouwtjes langs de weg zitten met sinaasappels, en waar we geen enkele kans op lunch zien. Dan komen we er achter dat we de ferry net gemist hebben en dat het anderhalf uur duurt voor de volgende gaat. De moed zinkt ons in de schoenen. We lopen nog een paar honderd meter en dan komen we bij een onooglijk tentje, niets dan Japanse menus in het raam, maar het is open,en er zitten een paar Japanners. Die zijn onze redding, want we kunnen ze vragen wat we moeten bestellen, en zo kunnen we hetzelfde eten als zij: sashimi, een viskoekje, soep, gebakken rijst, een stukje vis, pickles... met uitzicht op zee.


Saturday, May 21, 2011

Dag 34: Met de kogeltrein naar varkenssoep

Als je het niet zo leuk hebt gehad in een stad, kun je hem maar beter zo snel mogelijk verlaten. Met de supersonische Shinkansen, bijvoorbeeld.




Lunch: sushi in de trein, net als alle Japanners.



In Fukuoka voelen we ons heel wat meer op ons gemak. Het is moeilijk te begrijpen, soms, waarom je de ene stad zo anders ervaart dan de volgende. Het is van alles: de drukte in het station, hoe makkelijk of ingewikkeld het is om je hotel te vinden, het oogcontact of gebrek daaraan met mensen op straat.

In Fukuoka zitten we in een cafe en drinken een biertje en raken in gesprek met een gepensioneerde taalprofessor die geweldig goed engels spreekt, ooit in Nederland is geweest, en als voornaamste herinnering daaraan heeft dat hij een mooie Hollandse vrouw zag op het naaktstrand van Scheveningen.. in 1987. Maar hij kent ook obscure (voor mij dan) barok componisten en dirigenten, wat leuk is voor Dennis, en hij verwijst ons uiteindelijk naar een restaurant aan de overkant waar we volgens hem goeie tonkotsu ramen kunnen eten, een specialiteit van Fukuoka.




O, o, o wat was dat lekker. Een bouillon die eigenlijk die naam niet mag hebben, het is meer vloeibaar varken, zo rijk en vet en machtig. Noedels erin, iets kruidigs, een soort pikzwarte pittige olie, en nog een paar plakjes varkensvlees. Erbij de sappigste gyoza die ik ooit at. En dat alles bij elkaar voor een paar tientjes.





Heel erg tevreden rolden we ons hotelbed in. De volgende ochtend zei ik dat ik voorlopig geen varken zou eten, dat wel.